De aanslag waar in deze brief over wordt gesproken was op 14 augustus 1944 gepleegd op Zacharias Sleijfer. Sleijfer verleende regelmatig diensten aan de SD und Sipo in Leeuwarden. Om die reden wilde het verzet hem uitschakelen. Het Veemgericht had toestemming gegeven. De Provinciaal Commandant Knokploegen, Piet Kramer (in werkelijkheid Pieter Gerkes Oberman), gaf de opdracht aan Sjors (zijn echte naam was Egbert Dijkstra), voorheen lid van de KP in Meppel. De vader van Sjors was één van de eerste zgn. Silbertanne-slachtoffers.
In het tweede deel van de trilogie Bezettingstijd in Friesland (Leeuwarden 1975), beschrijft P. Wijbenga uitgebreid hoe de aanslag werd gepleegd (pp. 351-352). Hieronder de betreffende passage:
‘Liquidatie van Sleijfer was de eerste opdracht die Sjors van Piet kreeg. Akkoord, zei Sjors, maar ik ken Sleijfer niet. Geef me dus een foto van hem. Sleijfer was echter zo bekend geweest bij de oude KP, dat niet de moeite was genomen een foto van hem in handen te krijgen. Wel werd een persoonsbeschrijving gegeven; de voornaamste aanwijzing was, dat hij altijd reed op een opvallende fiets: hoog, nieuw en met veel chroom. Stond dat rijwiel voor het bureau van de SD, dan was de man die er op wegreed Sleijfer. Sjors maakte nog tegenwerpingen: een fiets kon uitgeleend worden, acties dienden beter voorbereid te worden enz. Maar hij wilde bij deze eerste opdracht niet kleinzielig lijken en besloot de opdracht met zijn zwager Roelof Schipper (Broer) uit te voeren.
Het was maandag 14 augustus 1944. De fiets van Sleijfer stond voor het weeshuis. Sjors en Broer wachtten tot iemand die met de persoonsbeschrijving overeenkwam het rijwiel beklom en fietsten achter hem aan. De man zette koers naar de woonwijk van Sleijfer. Maar was hij het zelf? Sjors weifelde, omdat hij geen vergissing wilde maken. Toen Sleijfer achterom keek, fietste Sjors hem op de stille Oostersingel voorbij. Een ideale plaats om te schieten, maar nog vreesde Sjors persoonsverwisseling. Pas op de Bleeklaan-hoek Tjerk Hiddesstraat voelde hij zich zeker, maar plotseling sprong Sleijfer van de fiets en begon te rennen voor zijn leven. Sjors gooide zijn fiets ook neer en schoot op de vluchteling, terwijl Broer toesnelde om hem in de rug te dekken. Er was publiek op straat, waaronder op enige afstand enkele Duitse militairen, die echter niet reageerden. Sjors was geen scherpschutter. Wel troffen drie van de vier kogels doel, maar geen enkele was dodelijk.
Leeuwarden hield de volgende dagen de adem in. Velen sliepen ‘s nachts niet thuis. Welke represailles zouden worden getroffen? Het scheen mee te vallen. De avondklok werd vervroegd, er werden meer fietsen gevorderd.
Zowel Piet als Sjors waren ontevreden over de gang van zaken. Piet verweet Sjors dat hij te laat in actie was gekomen en dat Sleijfer te opvallend was gevolgd. Sjors weet het falen aan de gebrekkige voorbereiding van de actie en sprak tegenover vrienden van nalatigheid (geen foto) en onervarenheid. Dat was men in Meppel heel anders gewend. De verhouding tussen de beide mannen is nooit honderd procent geworden.’