 Met turf beladen tjalken bij de sluis van Lemmer aan de Zuiderzee. Eén ligt buitengaats te wachten bij de Prinsessenkade, de ander vaart de sluis binnen, ca.1887.
Fries Fotoarchief 49378 |
Lemmer, 2 Maart. Om het publiek een denkbeeld te geven van de grootte en dikte van enkele schotsen ijs, die hier nog onze haven heen in zee ronddrijven, zend ik U het volgende bericht.
Met de Z.W. wind van gisteren morgen kwam een groote massa ijs onze haven binnen drijven. Omstreeks 8 ½ uur merkten we een schots op van omstreeks 35 voet omtrek, dwars voor de Nieuwe Sluis. Daar deze schots natuurlijk het schutten belemmerde, trachtte men haar zelve te schutten en alzoo naar binnen te krijgen. Doch onze sluis is slechts 28 voet breed en dus moesten van het ijs eerst groote stukken worden afgekapt. Toen men de schots eindelijk in de binnenhaven kreeg, dreef zij dwars voor de Oude Sluis en daar deze slechts 21 ½ voet breed is, moest men al weer aan het kappen. Onze beide Oude-Sluis-wachters sprongen dan ook spoedig op de schots en dachten haar, door er opnieuw zijstukken af te kappen, spoedig door de Sluis te schuiven.
Doch wat bleek nu? Toen bedoelde schots tot op 20 voet breedte gekapt was en dus om de breedte ruimschoots door kon drijven, kon zij nog niet over den drempel van de sluis. Het ijs was dus meer dan acht voet dik (de drempel van de Oude sluis ligt 8 voet diep, die van de Nieuwe 9 voet).
Men was dus genoodzaakt , de schots met verenigde krachten tot in de binnenhaven terug te trekken, waar zij aan den wal is vastgemeerd.
Er konden gerust, zonder gevaar, 25 man op staan.
De nachtboten van heden nacht en van gisteren avond, welke eerste er boven op is gevaren, hebben de schots gedeeltelijk verbrijzeld, waarna de stukken de Lemster Rijn zijn afgedreven.
|