|
Tien nuttige wenken voor den hardrijder
1e Zorg, dat Uw lichaam getraind is, vóór er ijs komt. Begin daarom in September/October met droogtrainen en doe in den zomer aan athletiek of aan een andere zomersport; zwemmen is af te raden.
2e Leer eerst de techniek van het rijden door in kalm tempo ‘stijl’ te rijden, dwz op de juiste manier afzetten en de juiste houding en balans van Uw lichaam bepalen. Snelheid komt dan van zelf.
3e Koop een paar Noren van een goed merk en verzorg ze goed, door ze na het rijden droog te maken, in te vetten en van hoezen te voorzien. Slijp Uw schaatsen zelf. Oefen zooveel mogelijk op kunst- of natuurijs en rijd hierbij veel met de handen los. Start veel.
4e Kijk Uw veters na, zoodat U niet tijdens het rijden de kans loopt, dat ze breken, waardoor U komt te vallen.
5e Zorg er voor dat Uw kleeding doelmatig en voldoende is (het beste is een zwart wollen tricot broek en trui) en Uw ooren en onderbuik niet kunnen bevriezen. Bescherming kan afdoend geschieden, door een soepele flanellen lap of zeemleer in Uw broek te naaien en bij fellen wind een krant onder Uw trui te spelden.
6e Wanneer er toch nog lichaamsdeelen mochten bevriezen, wrijf ze dan zachtjes met sneeuw, totdat de bloedsomloop hersteld is. Laat bevroren lichaamsdeelen nooit bij de kachel ontdooien.
7e Sta nooit stil op de baan, maar blijf, ook als U een praatje maakt, steeds in beweging.
8e Denk er aan, dat Uw tegenstander na het ‘af’ van den starter niet op U wacht, ook de chronometer niet.
9e Doe na de ritten, als u een tijdje moet wachten, Uw schaatsen uit, en trek een paar warme schoenen aan (hooge warme pantoffels, eventueel klompen) en zorg dat U goed warm bent als U weer aan den start moet komen.
10e De dag vóór den wedstrijd niet rijden en steeds op tijd naar bed gaan.
Uit: Handleiding voor het hardrijden op de schaats / [auteurs: W.H. Taconis en H. Jalving ; met medew. van J.L. Smit ... et al.] (1943)
|
/pb28886.jpg) |