november 1988

 

 

Aflevering 16

Promotie Jacob van Sluis in Groningen

Een lastige professor in Franeker

GRONINGEN - De 35-jarige Jacob van Sluis, geboren in Franeker, is vanmiddag in Groningen gepromoveerd tot doctor in de godgeleerdheid op een proefschrift over de zeventiende eeuwse theoloog Herman Alexander Roëll, die achttien jaar doceerde aan de Academie van Franeker. In het proefschrift beschrijft Van Sluis de opvattingen van de van oorsprong Duitse Röell, waarmee deze in conflict raakte met kerkelijke en burgerlijke autoriteiten van zijn tijd. Tot diep in de achttiende eeuw bleef de omstreden hoogleraar voor de gereformeerden in Nederland een 'aartsketter' omdat hij niet geloofde in de lijfelijke geboorte van Jezus. Nadien raakte hij in de vergetelheid.

Jacob van Sluis studeerde theologie en filosofie in Groningen, nadat hij eerst als analyst had gewerkt. Hij slaagde cum laude in de theologie en werkt sinds 1984 als wetenschappelijk assistent aan de theologische faculteit in Groningen. Hij woont in St. Annaparochie. De monografie (verhandeling over een bepaald figuur. red.) over Herman Alexander Röell is de vrucht van vier jaar studie en onderzoek.
Röell werd in 1653 geboren als zoon van een legerofficier in het vorstendom Brandenburg. Hij doorliep het gymnasium in Hamm en studeerde achtereenvolgens in Utrecht, Groningen, Zürich en Heidelberg, om vervolgens weer naar Nederland te vertrekken om de studie af te ronden in Utrecht en Leiden. Aanvankelijk zou hij predikant worden in Keulen, maar door ziekte moest hij bedanken.
In 1679 werd Röell hofprediker in Herford bij prinses Elisabeth van Pfaltz. Na naar dood kreeg hij eenzelfde functie aan het hof van Albertina Agnes in Leeuwarden. Albertina was de weduwe van de Friese stadhouder Willem Frederik. Twee jaar later werd Röell predikant in Deventer. In 1686 volgde de benoeming tot hoogleraar in Franeker, waar hij achttien jaar theologie en filosofie doceerde. Van 1704 tot aan zijn dood in 1718 was Röell, die getrouwd was en negen kinderen kreeg, hoogleraar in Utrecht.
Prof. Röell was een volgeling van Cartesius, de filosoof die leerde
dat niets voor waar moet worden aangenomen uit gewoonte of op gezag, voordat het werkelijk bewezen is. Röell legde alle nadruk op de rede als bron van het zuivere denken.

Rationalisme
Jacob van Sluis legt in zijn proefschrift uit dat de gereformeerde theologen van de tweede helft van de zestiende en de gehele zeventiende eeuw min of meer tot rationalisme werden gedwongen door de polemische verhouding tot ’Rome’. De protestanten werden in de verdediging gedrukt omdat ze hadden gebroken met een eeuwenlange en machtige traditie. Het voornaamste verwijt dat ze moesten pareren was dat individueel bijbelonderzoek, los van de traditie, tot ongeremd subjectivisme zou leiden.
Als hoogleraar botste prof. Röell bij herhaling met zijn vakgenoten. Zo heftig zelfs dat Gedeputeerde Staten van Friesland eraan te pas moesten komen om de onrust aan de academie en in de kerk te sussen.
Van Sluis beschrijft uitvoerig de polemieken die Röell had met zijn Franeker opponenten Ulricus Huber, een jurist met theologische
interesse, en Campegius Vitringa, een vakgenoot. In het eerste geval ging de discussie over de vraag of de hulp van de Heilige Geest nodig is om de Godsopenbariung te begrijpen. Röell meende van niet.
Met Vitringa botste de hoogleraar over 'de eeuwige geboorte van Christus als zoon van God de Vader’. Röell wilde de geboorte niet
letterlijk opvatten omdat die strijdig zou zijn met de goddelijke natuur van Christus. Kerkelijke besturen bemoeiden zich met de kwestie en namen stelling tegen de opvattingen van de Duitse theoloog. Gedeputeerde Staten legden hem een spreekverbod op over de kwestie zonder dat overigens herroeping werd geëist.
Dat Jacob van Sluis in navolging van zijn studie-object niet wars is van rationeel denken, blijkt uit de laatste stelling bij het proefschrift. Om ervan verzekerd te zijn dat de stelling niet onopgemerkt zou blijven, liet hij deze alsvolgt luiden: "Het enige kwaliteitscriterium voor de laatste stelling is of deze al dan niet de landelijke dagbladen haalt".
De Fryske Akademie brengt het proefschrift van Van Sluis in een
handelseditie op de markt.

Aanvraagnummer: S 11072

Bron: Leeuwarder Courant 3 november 1988

  • Deze pagina maakt deel uit van Friesland Zoals Het Was, Internetmagazine van Tresoar. Bekijk hier de aflevering van deze maand.
  • Heeft u een foto of ander materiaal bij bovenstaand bericht dan kunt u die (gescand) als bijlage bij een email sturen aan de webmaster. Alléén foto's waarop geen copyright berust worden op de site geplaatst.
  • Heeft u een aanvulling op bovenstaand bericht of anderszins commentaar erop, dan kunt u onderstaande formulier invullen. Uw commentaar wordt na goedkeuring van een medewerker van Tresoar op de website geplaatst en kan dan ook door andere bezoekers worden gelezen.
    Indien u de twee onderstaande hokjes aanvinkt wordt uw naam en email adres bij uw commentaar geplaatst. Mocht u dit niet wensen zorg er dan voor dat beide hokjes niet aangevinkt zijn.

Naam:

Woonplaats:
E-Mailadres:
Toon uw naam bij uw commentaar
Toon uw e-mail bij uw commentaar
Commentaar (max. 1.000 karakters)
karakters over